kaart 18

Het pad voert hier door een in 2001 aangelegd halfopen bos. Daarvoor was het nog landbouwgrond. Via dit pad komt u weer terug bij het startpunt aan de Molenbaan. Meer weten..

 DSC4491 klein

 DSC4311 klein

 

Rond de millenniumwisseling bestonden er plannen om aan de Molenbaan een kippenbedrijf te starten met 7 stallen, ieder met een lengte van 80 meter. Buurtvereniging de Peelbaan en natuurorganisaties kwamen hiertegen in verzet en wonnen uiteindelijk bij de Raad van State. Na lobbywerk en het aanbod op cofinanciering werd de 20 hectare grond bij het bedrijf door de provincie Limburg aangekocht en bestemd als natuurgebied. In plaats van een batterij stallen ligt hier nu een prachtig stuk natuur met onder andere een plas van enkele hectaren groot en een halfopen bosperceel, eigendom van Staatsbosbeheer, waar het struinpad doorheen kronkelt.

 

18 klein

kaart 17

Ook hier voert het pad weer (via 2 valpoortjes) over een bloemrijk weiland, dat door het beheer van stichting VEEN steeds soortenrijker en bloemrijker wordt. Meer weten..

 DSC4316 klein  DSC4495 klein 

In 2001 besloten een aantal particulieren om de stichting VEEN (Verwerving Extra Eigendommen voor Natuurontwikkeling) in het leven te roepen met als doel om door grondaankoop een bijdrage te leveren aan het hoogveenherstel in de Peelreservaten. De Postcodeloterij toonde zijn waardering voor dit initiatief door het ruimhartig te financieren. Ook de toenmalige gemeente Meijel stelde het initiatief op prijs door onder andere dit perceel voor een schappelijke prijs aan de stichting te verkopen. Daarna werd er het 3V-beheer gevoerd. Dat bestaat uit vernatting (door de sloot die midden door het perceel loopt af te dammen), verschraling (door ieder jaar te hooien en het maaisel af te voeren) en verruiging (door het raster van het perceel een aantal meters terug te plaatsen). Dit 3V-beheer wordt uitgebreider toegelicht bij punt 6.

17

kaart 15

De Helenavaart maakt hier een haakse bocht en via een doorsteek is er een verbinding met het Kanaal van Deurne. Deze plek is in 2018 verkozen tot het mooiste plekje van de gemeente Peel&Maas. Meer weten..

 DSC4302 klein  DSC4592 klein

 

De Helenavaart en het Kanaal van Deurne zijn hier via een doorsteek met elkaar verbonden. Die is hier na de tweede wereldoorlog gemaakt door de geallieerden. Vlak voor de huidige doorsteek lag tot aan het einde van de tweede wereldoorlog een bruggetje over het kanaal van Deurne. Van Meijel uit ging er een weg via dit bruggetje en van daaruit verder parallel aan de Helenavaart naar Helenaveen. Het bruggetje is in de oorlog vernield en door de doorsteek verder ook zinloos geworden.
In 2018 vond een verkiezing plaats voor het mooiste plekje van de gemeente Peel & Maas. De verkiezing werd gewonnen door onderstaande beschrijving van deze plek door Piet Blankers, secretaris van stichting VEEN.

Driesprong van Peelkanalen

Gebroederlijk lopen de twee kanalen over een lengte van vier kilometer naast elkaar. De tussenliggende afstand is slechts veertig meter. Wat een tijd en arbeidsverspilling!

Ter hoogte van de Brabantse grens verlaat de Helenavaart met een haakse bocht zijn tijdelijke metgezel, het kanaal van Deurne, en stroomt, de provinciegrens volgend, eerst in noordoostelijke richting naar Helenaveen en daarna in noordwestelijke richting naar Griendtsveen. De eeuwenoude hoogveenmoerasnatuur van een aantal Peelrestanten flankeert de kanalen: Scherliet, Zinkske en Heitrakse Peel liggen hier op een steenworp afstand. Eens trokken hier togers met een brede riem om hun borst de turfschepen voort; later gebeurde dat met sterke trekpaarden.

Op de plaats waar de Helenavaart afbuigt naar het noorden ligt mijn mooiste, favoriete plekje van Peel & Maas. De historie is hier nog voelbaar aanwezig. De rare knik in de Helenavaart was bedoeld om Limburgers te beletten ’s-nachts stiekem turf te gaan steken op Brabants grondgebied. Aan de kilometers lange samenloop van de twee Peelkanalen lag een ruzie ten grondslag tussen de gemeente Deurne en de vervenersfamilie Van de Griendt. Onze voormalige gemeente Meijel spon er garen bij door (tegen fikse betaling!) een stuk grondgebied ter beschikking te stellen aan de gemeente Deurne.

Bij het bankje aan de kanalendriesprong, gelegen aan het smalle door de stichting VEEN aangelegde struinpad dat dwars door akkers, weilanden, bossen en velden voert, zit ik graag te mijmeren. Links en rechts van me vertonen boomstammen de vraatsporen van de bever, die zijn burcht heeft net voor de driesprong. Aan de overkant zit nog een diep gat in de grond waar in de oorlog een Duits geschut heeft gestaan. De geallieerden liepen hier vast in de drassige bodem. Niet voor niets heet de weg aan de overkant van de lage, natte bloemrijke weilanden: de Vuurlinie. Die weilanden zelf met de karakteristieke naam ’t Molentje vormen het hoogst gelegen weidevogelgebied van Nederland. Ze liggen in een voormalig Maasdal, dat hier in de ijstijd in de hard bevroren ondergrond werd uitgeschuurd. In het voorjaar hoor je er de langgerekte roep van de grutto en het rollende geluid van de wulp. Een deel van die weilanden is afgegraven waardoor een vogelrijke plas ontstond, die (ik zeg het met enige schroom, maar ook met een beetje trots) officieel mijn naam (Blankersplas) heeft gekregen als dank voor jarenlange inzet voor natuur en landschap.

Zittend op het bankje klinkt regelmatig de roffelende hamerslag van de specht uit een van de oude eiken die het kanaal flankeren. Met een harde klap van zijn staart duikt de bever weg onder het wateroppervlak en laat een V-vormig rimpelend patroon achter, dat langzaam wegebt…..

Op dit mooiste plekje van Peel & Maas vervlechten natuur en (cultuur) historie zich met mijn eigen geschiedenis tot een tastbaar, uniek geheel!

 

15

kaart 16

De Scherliet is een klein Peelrestant, dat ontstaan is tussen het hoogste en laagste deel van het landschap. Het voedselarme regenwater blijft er aan de oppervlakte, wat ideaal is voor het ontstaan van hoogveen. Er bevinden zich nog sporen van de oudste turfwinning. De naam van de weg hier (Kwakvors, dialect voor kikker of kikvors) wijst op het vroeger moerassige karakter. Meer weten...

 DSC4615 klein  DSC4640 klein

 

De Scherliet is een klein hoogveenrestant (5 hectare). In de Peel begon de veenvorming in afgesloten laagten, waarin zich laagveen vormde. Dat is veen dat ontstaan is uit planten, die van grondwater leven (zoals riet, zegge en els). Later kwam daar hoogveen boven op. Hoogveen wordt vooral gevormd uit planten die van de weinige voedingsstoffen in regenwater kunnen leven. Dat is hoofdzakelijk veenmos. Andere hoogveensoorten zijn zonnedauw, eenarig wollegras en dopheide.

Op de hogere Marisberg zakt bijna al het regenwater direct de grond in (inzijging). In het lager gelegen Molentje komt dit weer omhoog (kwel). Hiertussen is een hoogteverschil van 4,6 meter in de grondwaterstand. Tussen deze hoogst en laagst gelegen gebieden zorgt de grondwaterstroom voor een flinke tegendruk in de ondergrond. Daardoor blijft het voedselarme regenwater dicht aan de oppervlakte. Zo’n situatie is ideaal voor het ontstaan van hoogveen. Dit geldt voor de Scherliet in het klein, maar ook voor de gehele Verheven Peel (Deurnese Peel, Mariapeel en de omringende kleine Peelrestanten).

In de Scherliet zijn nog sporen aanwezig van de oudste turfwinning. Dat waren boerenkuilen, veenputten die in één dag gegraven werden. Later vond grootschalige vervening plaats door maatschappijen en werd de turf onder andere door het nabij gelegen kanaal (Helenavaart) afgevoerd. In de veenputten bevinden zich nog enkele soorten hoogveenplanten, waaronder veenmos. Vanwege de kwetsbaarheid ervan is betreden van het gebied niet toegestaan.


De herkomst van de naam Scherliet is onduidelijk. De naam komt mogelijk van ‘scherlei’ (of ‘scharlei’), een kruidachtige plant. Misschien is er een verband met de naam ‘Schoordijk’, die hier op oude kaarten voorkomt. In het dialect wordt dat dan ‘schoordiek’, een hoger deel van het landschap om een laag en nat deel over te kunnen steken. De noordkant van de Scherliet is ook een hogere zandrug, die een onderdeel vormt van de Wegh van Meijel op Seven.

 

16

kaart 14

Op veel plaatsen langs de Helenavaart treft u vraatsporen van bevers aan. Ze zijn te herkennen aan het puntige uiteinde van een afgekloven boom(pje). Meer weten..

 DSC4625 klein

 DSC4642 klein

Het smalle wandelpad loopt hier tussen twee valpoortjes een flinke afstand (vlak) langs de Helenavaart. Tussen 2001 en 2004 zijn er 33 bevers uitgezet in Limburg en sinds ongeveer 2010 bevinden ze zich ook hier in de Helenavaart. Op veel plaatsen tijdens de wandeling langs het kanaal zijn vraatsporen van bevers zichtbaar. De ingang van een beverburcht ligt onder water, de burcht zelf in een zandlichaam boven de grondwaterstand. Bevers kunnen zelfs grote boomstammen laten omvallen en doen dat, zodat er dammen ontstaan met daarachter een stabiele hoge waterstand. Hier in het kanaal is dat niet nodig. Ze gebruiken hier de afgevreten bomen en takken als voedsel. Met hun vlijmscherpe tanden (die alsmaar doorgroeien) kunnen ze kleine boompjes in één keer doorbijten, maar ook dikke bomen weten ze met gemak te vellen.

Het pad langs de Helenavaart is toegankelijk via twee valpoortjes, die stichting VEEN hier in samenwerking met stichting SBNL, eigenaar van de Kanaalzone, geplaatst heeft. Het onderhoud van het pad gebeurt (in het zomerhalfjaar) met knipscharen en bosmaaiers door stichting VEEN met een ploeg vrijwilligers, die onder leiding staat van Gerard Boerkamps uit Meijel, bestuurslid van de stichting.

14

Contact gegevens

Email:

NL52TRIO0391184776 t.n.v.Stichting VEEN

 

Laatste nieuws

Logo Stichting DOEN