Het 3 V-Beheer van de natte graslanden van stichting VEEN

Bij het beheer van de natte graslanden wordt uitgegaan van de 3 volgende uitgangspunten:

 

1. Vernatting

De ontwaterende sloten worden afgedamd en voorzien van een stuwtje of een buis boven in de dam om zodoende overtollige voedingsstoffen die nog aanwezig zijn door de vroegere bemesting af te voeren. Door het verhogen van de waterstand fungeren deze percelen als hydrologische buffer voor de nabijgelegen Peelrestanten. Door deze tegendruk zal daar beter sprake zijn van een stabiele, hoge grondwaterstand, die nodig voor hoogveenherstel.

 

2. Verschraling

De percelen zullen in principe jaarlijks worden gehooid en het hooi zal worden afgevoerd. In beginsel zal geprobeerd worden jaarlijks tweemaal te hooien en het maaisel af te voeren. Als dat vanwege de te geringe draagkracht van de bodem door de hogere grondwaterstand in het najaar niet mogelijk is zal na het hooien nabegrazing met grote of kleine grazers (runderen, paarden of schapen) worden toegepast. Zowel bij het hooien als bij het (eventuele) nabegrazen zal ernaar gestreefd worden om naburige agrariërs in te schakelen, omdat daarmee het draagvlak voor de activiteiten van de stichting VEEN in de streek wordt vergroot. Doel van deze verschraling (en vernatting) is het streven naar open, natte en voedselarme schraalgraslanden. Bij het beheer zal in de beginfase (de eerste 25 – 50 jaar) een onderscheid gemaakt worden in floristische en (avi) faunistische doelen (m.n. weidevogels). Daarna is (hopelijk) zo’n groot gebied in handen dat alle organismen zelf wel ergens een plek zullen vinden. De flanken van de Verheven Peel vormen nu al plaatselijk soortenrijke graslanden. Door het voeren van een verschralingsbeheer is het mogelijk dat de soortenrijkdom wordt vergroot en er bloemrijke, halfnatuurlijke (blauw) graslanden ontstaan.

 

3. Verruiging

Daarnaast zal op deze percelen ook rekening gehouden worden met de fauna door langs de perceelsranden een ruigtestrook ( + 5 -10m breed) en/of een extensieve hooilandstrook (10 m breed) te handhaven. De ruigtestrook zal om de 5 á 10 jaar ontdaan worden van houtige opslag en de extensieve hooilandstrook zal pas later (na 1 augustus) worden gemaaid. Op deze wijze ontstaan geleidelijke allerlei gradiënten: van voedselrijk naar voedselarm, van natter naar droger, van meer naar minder broed- en schuilgelegenheid en meer of minder voedselaanbod. Binnen de ecologie staan gradiënten bekend om hun soortenrijkdom.

 

Het is vanzelfsprekend dat op onze gronden niet wordt bemest en er geen (chemische) bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.

 

3vbeheer

Contact gegevens

Email:

NL52TRIO0391184776 t.n.v.Stichting VEEN

 

Laatste nieuws

Logo Stichting DOEN